1 HET geschiedde daarna, als Jabin, de koning van Hazor, dit hoorde, zo zond hij tot Jobab, den koning van Madon, en tot den koning van Simron en tot den…
16 Maar die vijf koningen waren gevloden, en hadden zich verborgen in de spelonk bij Makkéda. 17 En Jozua werd geboodschapt, mits te zeggen: Die vijf koningen zijn gevonden, verborgen…
1 HET geschiedde nu, toen Adóni-Zédek, de koning van Jeruzalem, gehoord had, dat Jozua Ai ingenomen en haar verbannen had en Ai en haar koning alzo gedaan had, gelijk als…
16 En het geschiedde ten einde van drie dagen nadat zij het verbond met hen gemaakt hadden, zo hoorden zij dat zij hun naburen waren en dat zij in het…
1 EN het geschiedde toen dit hoorden al de koningen die aan deze zijde der Jordaan waren, op het gebergte en in de laagte en aan alle havens der Grote…
30 Toen bouwde Jozua een altaar den HEERE, den God Israëls, op den berg Ebal, 31 Gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, den kinderen Israëls geboden had, achtervolgens hetgeen…
1 TOEN zeide de HEERE tot Jozua: Vrees niet en ontzet u niet; neem met u al het krijgsvolk, en maak u op, trek op naar Ai; zie, Ik heb…
19 Toen zeide Jozua tot Achan: Mijn zoon, geef toch den HEERE, den God Israëls, de eer en doe voor Hem belijdenis; en geef mij toch te kennen wat gij…
10 Toen zeide de HEERE tot Jozua: Sta op; waarom ligt gij dus neder op uw aangezicht? 11 Israël heeft gezondigd en zij hebben ook Mijn verbond hetwelk Ik hun…
1 MAAR de kinderen Israëls overtraden door overtreding met het verbannene; want Achan, de zoon van Charmi, den zoon van Zabdi, den zoon van Zerah, uit den stam van Juda,…
6 Toen riep Jozua, de zoon van Nun, de priesters en zeide tot hen: Draagt de ark des verbonds, en dat zeven priesters zeven ramsbazuinen dragen vóór de ark des…
13 Voorts geschiedde het als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief en zag toe, en zie, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in…
1 EN het geschiedde toen al de koningen der Amorieten die aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de koningen der Kanaänieten die aan de zee waren, hoorden…
1 HET geschiedde nu toen al het volk geëindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende: 2 Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het…
9 Toen zeide Jozua tot de kinderen Israëls: Nadert herwaarts en hoort de woorden des HEEREN uws Gods. 10 Verder zeide Jozua: Hieraan zult gijlieden bekennen, dat de levende God…
