44 En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk als eens mans hand gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg…
41 Daarna zeide Elía tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen. 42 Alzo toog Achab op om te eten en te…
39 Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God. 40 En Elía zeide tot hen:…
38 Toen viel het vuur des HEEREN en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op hetwelk in de groeve was.
36 Het geschiedde nu als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elía naderde en zeide: HEERE, God Abrahams, Izaks en Israëls, dat het heden bekend worde dat Gij God…
30 Toen zeide Elía tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem. En hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was. 31 En…
22 Toen zeide Elía tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baäl zijn vierhonderd en vijftig mannen. 23 Dat men ons dan…
20 Zo zond Achab onder alle kinderen Israëls, en verzamelde de profeten op den berg Karmel. 21 Toen naderde Elía tot het ganse volk en zeide: Hoelang hinkt gij op…
18 Toen zeide hij: Ik heb Israël niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baäls nagevolgd zijt.
3b en Obadja was den HEERE zeer vrezende. 12b ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.
1 EN het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elía in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen…
23 En Elía nam het kind en bracht het af van de opperzaal in het huis en gaf het zijn moeder; en Elía zeide: Zie, uw zoon leeft. 24 Toen…
19 En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot en droeg hem boven in de opperzaal waar hij zelf woonde, en hij…
17 En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem…
en hij riep tot haar en zeide: Haal mij toch een weinig water in dit vat, dat ik drinke. 11 Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij…
