22 Toen zeide Elía tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baäl zijn vierhonderd en vijftig mannen. 23 Dat men ons dan…
20 Zo zond Achab onder alle kinderen Israëls, en verzamelde de profeten op den berg Karmel. 21 Toen naderde Elía tot het ganse volk en zeide: Hoelang hinkt gij op…
18 Toen zeide hij: Ik heb Israël niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baäls nagevolgd zijt.
3b en Obadja was den HEERE zeer vrezende. 12b ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.
1 EN het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elía in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen…
23 En Elía nam het kind en bracht het af van de opperzaal in het huis en gaf het zijn moeder; en Elía zeide: Zie, uw zoon leeft. 24 Toen…
19 En hij zeide tot haar: Geef mij uw zoon. En hij nam hem van haar schoot en droeg hem boven in de opperzaal waar hij zelf woonde, en hij…
17 En het geschiedde na deze dingen, dat de zoon dezer vrouw, der waardin van het huis, krank werd; en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem in hem…
en hij riep tot haar en zeide: Haal mij toch een weinig water in dit vat, dat ik drinke. 11 Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij…
en hij riep tot haar en zeide: Haal mij toch een weinig water in dit vat, dat ik drinke. 11 Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij…
7 En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest. Elía bij de weduwe te Zarfath 8 Toen geschiedde…
2 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: 3 Ga weg vanhier en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die vóór aan…
1 EN Elía, de Tisbiet, van de inwoners van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israëls, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, aindien deze jaren…
